‘Dat ik dit nog mee kon maken’

Augustus 1965: ik was 16 en keerde na de zomervakantie bij mijn moeder (in Amersfoort) terug naar het internaat van de paters in Stevensbeek. In mijn koffer een singeltje: Satisfaction van de Stones, streng verboden materiaal op het internaat. De paters associeerden dit nummer met “rukkende puberjongens” (’s avonds werd in de chambrettes gecontroleerd of de jongens hun handen wel boven de dekens hadden).
Als organisator van de culturele avonden zag ik mijn kans: halverwege de avond klom ik op het podium, zet een krukje neer, haal ik een pick-up uit de coulissen en zet Satisfaction op. Ik ga naast het krukje staan en kijk met mijn handen in mijn zakken onbewogen naar het ronddraaiende singeltje. Volumeknop voluit. Het podium was altijd een vrijplaats (cultuur!) waardoor ik dit kon doen. De paters op de eerste rij begrepen dat ze niet konden ingrijpen zonder dat de zaal in opstand kwam. Later realiseerde ik mij dat ik een bres had geslagen in de dam die de paters tegen de oprukkende sixties dachten te kunnen opwerpen. Na de kerstvakantie bracht ik nog drie (gestolen) exemplaren van Ik, Jan Cremer mee naar het internaat. Ze werden verslonden door de jongens. Een jaar later werd het internaat opgeheven, enig verband? Wie zal het zeggen. Hierna ben ik nog op diverse andere internaten geweest en heb een gevuld maar rommelig leven gehad. Muziek is altijd een rode draad gebleven en daar heb ik veel houvast aan gehad.
Augustus 2026: ik ben 77 jaar en ga voor de zesde (eventueel levensverlengende periode) chemo naar het ziekenhuis, maar krijg te horen dat die niet meer doorgaat omdat hij niet meer aanslaat.
Nu ik niet lang meer te leven heb, is het logisch dat ik terug kijk. Zoals ik diverse malen in mijn omgeving heb verteld, is een van mijn grootste rijkdommen dat juist op de leeftijd waarop je gevoelig bent voor allerlei invloeden, de muziek van de sixties op zijn hoogtepunt was. Ik heb mijn liefde voor die periode uit de muziekgeschiedenis, met de Stones aan kop, kunnen doorgeven aan mijn zoon (die drummer is geworden in twee Amsterdamse bands). Daarom is het zo bijzonder om samen met hem, in deze periode van mijn leven, dit concert van een van mijn helden, Ronnie Wood, te kunnen bezoeken.
Het laatste concert dat ik in Paradiso heb bezocht, ook met mijn zoon, was alweer enige tijd geleden toen Steve Earle daar optrad. Ik heb de Stones twee keer live zien optreden, een keer enkele decennia terug in Den Haag en een keer op Pinkpop ook samen met mijn zoon, die zeer alert in de gaten had wanneer het voorvak werd geopend. Ik stond nagenoeg vooraan en heb genoten!
Ik twijfelde even of ik dit verzoek bij jullie kon indienen, totdat het bij mij doordrong: no guts, no glory!
Wat ik niet verwacht had: dat het Kay zou lukken om kaartjes te krijgen voor een concert dat al een half jaar geleden was uitverkocht.
Wat ik niet verwacht had: dat ik zo ontroerd zou raken dat ik dit nog mee kon maken; de tranen liepen over mijn wangen.
Wat ik niet verwacht had: dat het concert zo fenomenaal was; het heeft mij hernieuwde energie gegeven.
Kortom: ALLES BOVEN VERWACHTING EN VOLOP GENOTEN!
Dank aan alle medewerkers van stichting No Guts No Glory, met name Kay en Christa.
Dick
Mede met enorme dank aan Paradiso en in het bijzonder Ben, Lisa en Pépé heel graag gedaan💛
Help jij ons mee?
Dank je wel 🩵